Nieuwe kat in huis?

Afgelopen week is mijn oudste kat Bobo overleden. Ze was bijna 19 jaar en erg ziek met zowel een schildklieraandoening als chronisch nierfalen. Om nog maar niet spreken van ‘algemene’ ouderdomskwalen als doofheid en artrose. Ze verdient een eerbetoon – maar daarvoor is het gemis nog te vers, het verdriet nog te rauw.

Bobo tussen het kattengras in de tuin

Bobo tussen het kattengras in de tuin

Wel bracht haar overlijden een ander interessant onderwerp voor het voetlicht: een nieuwe kat in huis halen of niet?

We hebben namelijk nog een kat, een Blauwe Rus van 10 jaar oud. Doen we haar een plezier met een soortgenoot in huis? Of zou ze het juist fijn vinden dat ze nu alleen is en niet meer de hele dag hoeft op te letten waar die ouwe is?

Als ik kijk naar de oorsprong van katten weet ik dat het voor Chaska niet hoeft. Katten kunnen zich prima alleen vermaken, ze zijn immers solitaire jagers. Dit houdt in dat ze alleen op jacht gaan en dan een eenpersoonsmaaltijd vangen. Ze zijn erg fel op het verdedigen van hun territorium en zien iedere kat als een indringer*. Dat verdedigen van het territorium doen ze trouwens ook alleen – ze reageren niet eens als een kat twee meter verderop er vandoor gaat. Pas als ze zelf een bedreiging ervaren zullen ze reageren.

Maar ja, een tweede kat (of een derde…) in huis is wel zo gezellig. Kan dat echt niet?

Katten zijn meesters in het zich aanpassen aan de omstandigheden en kunnen dan ook prima samenleven met andere katten – onder voorwaarden wel te verstaan.

De eerste voorwaarde is een goede introductie waarbij de katten het tempo aangeven. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat er voor alle katten in huis voldoende, goed bereikbare bronnen** beschikbaar zijn.  En als laatste is het heel belangrijk dat ze elkaar kunnen ontwijken als ze daar behoefte aan hebben.

Het is overigens niet dat je een (binnen)kat die alleen leeft aan zijn lot over kunt laten. Je zult er wel voor moeten zorgen dat hij genoeg uitdaging en bezigheden heeft door met hem te spelen en bijvoorbeeld voedselverrijking toe te passen. Een wilde kat is veel tijd kwijt aan de jacht en het vinden van zijn voedsel, maar voor onze huiskatten staat het eten klaar in een bakje. Een goed alternatief bieden voor het jagen is dan ook heel belangrijk.

De situatie is wel iets anders als je nog geen katten in huis hebt en graag een kitten wilt. Een kitten heeft zoveel beweging en spel nodig dat je beter twee kittens uit één nest kunt nemen. Dan kunnen ze met elkaar spelen en van elkaar leren hoever ze kunnen gaan in hun spel. Ze groeien samen op wat de kans vergroot (maar geen garantie is!) dat ze later als volwassenen het goed kunnen vinden samen.

Voor mij betekent dit dat we geen andere kat bij Chaska in huis nemen. Ik zie dat ze het prima heeft nu alleen en omdat ze nogal angstig is, is de kans op een geslaagde match met een andere kat niet zo groot. Door dagelijks met haar te spelen en doordat ze overdag in de afgezette tuin mag verveelt ze zich niet. Bovendien krijgt ze nu alle aandacht en daar geniet ze volop van!

*Maar al die groepen zwerfkatten dan? Die leven toch ook samen?

Groepen zwerfkatten concentreren zich rond plaatsen met een hoge voedseldichtheid. In de buurt van mensen – toeristen – die eten komen brengen of veel afval produceren. Die katten tolereren elkaar omdat er toch voldoende voedsel beschikbaar is. Maar ze gaan nog steeds alleen op het voer af en waarschuwen elkaar niet voor gevaar. Ook zullen ze elkaar niet opzoeken voor warmte en gezelschap. Groepen zwerfkatten bestaan uit poezen en hun vrouwelijke nakomelingen – katers worden uit de groep verdreven zodra ze volwassen zijn.

**Met bronnen bedoel ik eetplekken, drinkplekken, slaapplekken en kattenbakken.

Share This